Op de periodeliturgie voor deze zomer staat een gedicht van Huub Oosterhuis. Het is een bewerking van het Zonnelied van Sint Franciscus. En het gaat zo:
Onuitsprekelijk zijt Gij en goed.
goed is de hand
die alles heeft geschapen,
onzegbaar goed is onze broeder zon
die elke dag maakt dat het dag is,
die doorschijnend mooi
van licht en krachtig is,
die ons met blindheid slaat
overweldigt troost opvrolijkt
levend maakt.
Ook goed en mooi is zuster maan
met al haar sterren
die Gij van hemel hebt gemaakt.
En goed als Gij is broeder wind
met al zijn wolkenvelden –
en goed weer, slecht weer, en de lucht
waarin wij leven, nietig en gelukkig.
Het is één van de vele bewerkingen van het Zonnelied die er bestaan. In het ‘oude’ Liedboek (1973) was het gezang 400 en in het nieuwe vindt u het onder nummer 742. Maar voor de Overstapdienst eind juni kreeg ik van Jan Willem Fikse ook een hele mooie versie, die we in die dienst dan ook gezongen hebben. En omdat een mens altijd op zoek is naar méér vond ik ook nog een ‘Zonnelied voor kinderen’ en zelfs een ‘omgekeerd Zonnelied’, dat hoe wij met de schepping omgaan kritisch hekelt. Teveel om allemaal hier weer te geven.
Het Zonnelied schreef Franciscus in het jaar 1225. Hij was ziek en aan het eind van zijn leven gekomen. En wát voor leven! Deze heilige uit Assisi was van rijke komaf, voerde een flamboyante en luxe levensstijl, maar op enig moment in zijn leven deed hij afstand van alles wat hij had.
Op zijn 24e kreeg hij een visioen waarin Christus hem verscheen, die hem zei: ‘Herstel mijn huis’. Aanvankelijk vatte hij dat nog letterlijk op en begon vervallen kerkgebouwtjes te herstellen. Maar het bleek om veel meer te gaan: hij moest het wezen van de kerk herstellen, haar terugbrengen naar de kern.
Wat ik persoonlijk altijd een mooi – maar minder vaak genoemd – voorbeeld daarvan vindt is het volgende. In die tijd werd opgeroepen op kruistocht te gaan, om het heilig land te ‘bevrijden’ van moslims. Als Franciscus in 1219 eindelijk mee gaat, doet hij dat op alternatieve wijze. Hij ging niet met machtige wapens, maar kwam met de kracht van dialoog. Overeenkomstig zijn diepe geloof in een nederige God, die alleen maar dienstbaar aan vrede wil zijn. Het lukte hem zelfs om de sultan te spreken te krijgen. Een vredesvoorstel kwam uit dit gesprek voort, maar koninklijke en pauselijke macht wezen het af. Tot grote teleurstelling van Franciscus.
Ook de orde van broeders (en later ook een orde voor zusters) wordt speelbal van machtspolitiek, want als je bekend en ‘succesvol’ bent, word je daar al snel de prooi van.
Franciscus’ grote en nederige inzet neemt een hoge vlucht, maar anders dan hij voor ogen had en hij eindigt zwaar ziek en ziet het einde van zijn leven naderen.
Juist dán schrijft hij het Zonnelied. Een lied over de schepping en de schepselen – die hij als Gods familie beschouwde. Daarom spreekt hij in het lied bijvoorbeeld over broeder Zon en zuster Maan.
Het is dus een lied gezongen vanuit de diepte van zijn lijden. Daarmee hoort het écht bij wat ook Psalmen en andere Bijbelse gezangen, zoals het lied van Jona uit de walvis en Daniël in de vurige oven, doen: tegen de klippen op zingen. Uit de diepte je stem verheffen. Gód groot maken wanneer je jezelf klein voelt. Aankloppen bij de Geestkracht en de bemoediging die een mens in nood nodig heeft. Vertrouwen ontwikkelen.
En ook: onderdeel – ‘familielid’ – van Gods schepping willen zijn, en je daaraan overgeven. Want je bent niet méér dan dat: onderdeel van dat grote geheel, in die hele cyclus van leven en sterven (Franciscus spreekt ook over ‘broeder dood’). Maar je bent bepaald ook niet minder. Juist door de schepping zo ongelooflijk liefdevol te bejegenen en de Schepper om haar vol verwondering te eren, neem je jóuw plaats in als geliefd mens, die altijd – in gezondheid en ziekte, in leven en in sterven – in Gods handen is.
Hieronder tenslotte de tekst van het Zonnelied in een vrije bewerking van Marjet de Jong.
Heel de schepping zingt voor u,
lieve God almachtig!
Broeder zon bezingt de dag
stralend mooi en krachtig.
Zusje maan en al haar sterren
staan te fonkelen van verre.
Broeder wind blaast met een zucht
stapelwolken door de lucht.
Zuster water met haar stroom
wast de aarde fris en schoon.
Broeder vuur danst laag en hoog
stoer en vrolijk voor ons oog.
Zuster aarde, onze moeder,
geeft ons voedsel, planten, bloemen.
En de mens die zonder klagen
alle zorgen weet te dragen
en een ander kan vergeven,
is een parel van uw vrede.
Dank u zelfs voor zuster dood
die ons terug draagt in uw schoot.
Al uw werk is prachtig.
Heel de schepping zingt voor u,
lieve God almachtig!
ds. Niek Scholten