PKN
  » Gedane Zaken » Archief DetaOpstandingskerk 
Protestantse Gemeente Enschede
Geschiedenis van de Oosterkerk Geschiedenis van de Oosterkerk

OPENINGSREDE,
Uitgesproken door den Heer B.Spiele, Voorzitter van de Vereeniging Vrijzinnig Hervormde Wijken, ter gelegenheid van de plechtige in gebruikneming van het tweede Wijkgebouw van der Veeeniging, de ,, Oosterkerk op Zondag 3 Juni 1928

Genoodigden, vertegenwoordigers van besturen en commissies, leden van onze vereeniging “Vrijzinnig Hervormde Wijken” en verdere Belangstellenden, ik heet U van harte welkom. Het is mij een eer en een genoegen als voorzitter onzer vereeniging voor de tweede maal een wijkgebouw te mogen helpen inwijden. Negen jaar is het thans geleden, dat Ds. Roobol een preek hield over de tekst: ,, Ik zag geen Tempel in dezelve” . Die preek, waarin de mogelijkheid en wenschelijkheid van een kring van Wijkgebouwen om Enschede werd aangeroerd, maakte zulk een indruk, dat een drietal hoorders samen het plan opvatten voor den eersten stap daartoe. Dat waren nu wijlen de heer J.M.Lotgerink,de heer F. Weltevreden Sr en de heer A.J.ter Wee. Die drie riepen een vergadering bijeen, waar de voorbereiding werd besproken en zoo kwam op 1 Augustus 1919 de vereeniging ,,Vrijzinnig Hervormde Wijken “tot stand. Als gevolg van hare werkzaamheid en van den steun dien zij mocht ontvangen kon reeds op 27 Februari 1921 het eerste wijkgebouw worden ingewijd. ,,Naar aanleiding van een preek van Ds. Oldeman kreeg dat gebouw den naam van ,,Philadelphia””  Hoewel de opzet van het plan was te geraken tot de stichting van ten minste een viertal wijkgebouwen op vier verschillende punten der gemeente bleef na het gereedkomen van ,,Philadelphia” het verdere plan wat sleepen omdat de tijd niet erg gunstig scheen en het bouwen zeer kostbaar was. Begin 1925 echter vond het Bestuur de moed, de uitwerking van het plan weder ter hand te nemen en met de voorbereiding van het tweede Wijkgebouw te beginnen, en nu na drie jaar werken, staan we dan gereed dit tweede Wijkgebouw in te wijden, waarvoor de naam ,,Oosterkerk” is gekozen. En nu ik geroepen ben om bij deze gelegenheid enkele woorden met nadruk te doen hooren, twee woordjes van vier letters elk , om mijzelf en U op het hart te drukken. Het eerste van die beide woorden is: ,,Dank”. Hoe ontzaglijk veel is er, waarvoor ik vandaag moet danken, voor mijzelf  persoonlijk en voor de Vereeniging waarvan ik voorzitter ben. Daar wordt weleens gemopperd en ik doe daar zelf ook wel aan mee, over de lauwheid van vele Vrijzinnigen, vooral op godsdienstig gebied. Maar in dit uur moet ik toch loven en prijzende vele vriendelijke medewerking, den grooten steun, die wij van zoovele zijden mochten ondervinden. Als ik dat zoo naga, dan moet ik zeggen, wat zijn er toch al een groot aantal beste menschen in de wereld, die een offer aan werk, aan tijd en aan geld voor een goede zaak over hebben, ook voor onze goede zaak. Naast onze secretarissen en penningmeesters al die bestuursleden en commissieleden, die zich hebben uitgesloofd, denk ik aan allen die met lijsten hebben geholpen, denk aan ons zangkoor met zijn ijverigen Directeur, die een bijzondere uitvoering voor ons doel hebben gegeven. Ik denk aan al de leden van ons verlotingscomité, die weken lang met hand en voet, met hoofd en hart, voor ons werk zijn bezig geweest. In alle hoeken der gemeente vonden we telkens weer menschen bereid  om de helpende hand te reiken.  En dan al onze 1700 leden, die een bijdrage schonken.

Men zal mij vergeven, dat ik hier, geen namen noem. Hun namen en gaven staan opgetekend in het boek. Dat hier op aarde eens vergeten wordt, maar waarvan de letters toch door God worden gekend. En dan denk ik aan de schenkers van de gaven in Natura. De familie die de kanselbijbel schonk, de gevers van het orgel, dat nog komen moet, de goede vriend van ons werk, van wien wij de luiklok in den toren hebben, een ander die de kostbare wijzerplaten gaf. Ook een aantal gevers van banken en die van den tuinaanleg en van het hekwerk hebben aanspraak op onze erkentelijkheid. En na de gevers kom ik op den uitvoerders. Onze architecten? De heeren Stuivinga zijn er naar ik meen in geslaagd voor de beschikbare middelen iets te leveren, dat gezien mag worden. En de opzichter de heer Bakker, heeft met zorg en toewijding zijn taak vervuld. Ook de aannemers, de heer Van der Kuit voor het bouwwerk, de h eeren Lammerink voor het glas- en verfwerk, Nijhoff en Kwast voor de banken, Wijens voor de stoffering, F.E. ter Meulen en Co voor de elektrische verwarming, de firma J.Hassink voor de electrische verlichting, die ons bovendien de lamp in de bestuurskamer schonk, en de firma Wisseborn, die ons gratis den naam in den gevel heeft aangebracht. Ook wil ik nog even noemen den tuinbaas met zijn helpers, die den mooien tuinaanleg en de paden in orde hebben gemaakt. Ook dat is werk dat zich mag laten zien. Zij allen en ook hunne werklieden, die zoover wij dat kunnen beoordelen, hun best hebben gedaan het werk goed te doen, hebben aanspraak op onze waardering, die wij hun dan ook van harte toebrengen. En als wij dan nu onzen dank aan God en de menschen hebben uitgesproken, dan kom ik tot het tweede woord, dat ik naast het woord dank bedoelde te noemen, dat is het woordje ,,taak”.

Wat is de taak der kerk? Daarover bestaat verschil van meening. Als men den ere dsdienst zoo omschrijft, dat godsdienst is het hooren, verstaan en opvolgen van wat de Godsstem zegt, dan is het de taak de menschen daartoe te brengen en hen daarbij behulpzaam te zijn. En als we dan de dingen in ‘t  groot bezien, dan vinden we twee kerken, twee verschillende typen van kerk. De eene, dat is de kerk van den dwang. Een typisch voorbeeld daarvan is de kerk van Rome. In zulk een  kerk is er een centrale macht, die weet, kent en verkondigt, wat de Godsstem zegt hetgeen dan aan de geloovigen wordt overgebracht door priesters die ervoor moeten zorgen, dat de bevelen worden opgevolgd. Zulk een kerk eischt stipte gehoorzaamheid aan hare bevelen en wie niet gehoorzaamt, wordt gestraft, uitgebannen of zelfs gedood. Dat begrip van dwangkerk omvat echter niet alleen de Roomschen. Onder de Protestanten zijn een aantal mensen die wel de centrale macht in Rome verfoeien, maar die eigenlijk niet veel anders doen dan zich zelf in de plaats daarvan te stellen. Zij hebben het ergens in een boek staan, dat zij weten uit te leggen en zij kunnen U en mij haarfijn vertellen wat de Godsstem tot ons heeft te zeggen en wat wij dus hebben te doen en te laten. Ook die menschen zijn onder het begrip dwangkerk te rangschikken. Vele bezwaren nu, die wel eens tegen de kerk in ’t algemeen worden ingebracht gelden alleen voor deze soort kerk. En wij gelooven, dat veel van die bezwaren gegrond zijn. Wij gelooven ook dat die kerk van dwang éénmaal zal verdwijnen. Misschien over duizend, misschien over tweeduizend jaar, maar naar onze vaste overtuiging is zij bestemd om onder te gaan. Maar naarmate zij in de toekomst minder wordt, zal groeien en sterker worden die andere kerk, die eigenlijk nog nauwelijks geboren is, namelijk de kerk van de ware vrijheid. Deze nieuwe kerk gaat uit van deze gedachte.De vertegenwoordiger der kerk kan en moet U wel vertellen, wat de besten en edelsten onder de menschen in het verleden van de Heilige Stem hebben verstaan. Hij kan en mag U ook vertellen, wat die tot hemzelf heeft gezegd, maar dan moet hij erbij voegen: Maar gij zijt tot vrijheid geroepen en in het besef van die vrijheid moet gij nu zelf met een onbevangen hart luisteren naar wat de Goddelijke stem spreekt tot U zelf in het diepst van Uw ziel. En zoo wat gij dan daar zult hooren en verstaan, handel daarnaar, dan zal het goed zijn. Wij nu gelooven in de toekomst van die ideale kerk, die moet helpen vormen waarlijk vrije menschen, die niet als aan een ketting worden geleid van de wieg tot aan het graf, maar die als kinderen Gods in vrijheid gaan den weg, dien God hen wijst. Aan den groei van die kerk mede te werken, acht ik ons aller taak. Ik hoop en vertrouw, dat met Gods hulp ook dit ons nieuwe gebouw iets daartoe zal mogen bijdragen.

En dan moet ik eindelijk nog een beroep doen op onze predikanten. Onze nieuwe kerk legt een nieuwe last op hunne schouders, die zij maar weer blijmoedig hebben aanvaard. Hun taak is zwaar en veelomvattend in deze groote gemeente. Laten wij beseffen, hoe moeilijk het is in dezen luidruchtigen tijd, nu duizend stemmen der aarde dagelijks afstormen op onze vermoeide ooren, de menschen te leeren luisteren naar die eene stem die spreekt zonder geluid. Daarom te meer wil ik het hier nog eens openlijk uitspreken, hoe zeer wij toch hun werk waarderen. Wij gelooven daarin. Wij zijn overtuigd, dat het zonder den invloed van hun woord in menig gezin er donkerder zou uitzien dan thans. En wanneer er soms vrede wordt gesticht of strijd voorkomen, wanneer de zachtmoedigheid het wint en er weer een lach komt op een droef gelaat, of een traan wordt gedroogd, dan zijn wij er zeker van dat dit in zijn oorsprong vaak moet worden geboekt in de creditzijde van hun werk. Dank en hulde zij hun gebracht voor de wijze waarop zij nu al zoovele jaren hun taak in deze gemeente hebben vervuld. God schenke hun ook verder de kracht die zij noodig hebben voor hun zoo zegenrijke arbeid.

En ten slotte wend ik mij met vertrouwen tot het Wijkbestuur, waaraan ik nu namens de vereeniging de nieuwe kerk overdraag en in gebruik geef. Leden van het Wijkbestuur en die daartoe straks nog zullen worden gekozen. Een mooie taak ligt voor U. Onze oogen zijn straks op U gevestigd. Wij verwachten van U dat gij, eendrachtig van zin met ons het schoone doel in het oog houdend de Wijk ,,Oosterkerk” een waardige plaats zult doen innemen in den wijkenkring onzer vereeniging. Moge God U daartoe kracht en bekwaamheid geven en Uwen arbeid zegegenen.
 

terug
 
 
 

Inloggen


 

Coventrygebed
datum en tijdstip 15-11-2019 om 13:15 uur
meer details

Netwerkcafé 21+
datum en tijdstip 15-11-2019 om 17:30
meer details

De opstanding....
datum en tijdstip 17-11-2019 om 10:00
Over ‘hierna’ hebben we allemaal onze eigen beelden, zowel buiten als binnen de kerk. Dat varieert van beelden die vertellen van een ‘persoonlijk voortbestaan ook ná de dood’ tot ‘hierna is er gewoon niets’ en tal van beelden die zich ergens daartussen of daarnaast (vlindertjes, sterretjes) bevinden. Gesprek over onze beelden is – binnen en buiten de kerk – vaak moeilijk. We weten dat het beelden zijn, maar tegelijk zijn we in die beelden toch kwetsbaar. Ze raken aan ons diepste levensvertrouwen. 
Die variëteit in beelden is niet pas iets van onze moderne tijd, zo valt te ontdekken in het Evangelie van deze zondag (Lucas 20, 27-38). Ook in de tijd van Jezus liepen de beelden al ver uiteen. En ook in het Evangelie loopt een gesprek helemaal vast als mensen vergeten dat dergelijke beelden ‘maar’ beelden zijn….
Eens te meer gaat het Evangelie het thema ‘dood en opstanding’ niet uit de weg. Het gaat immers over ons diepste levensvertrouwen. Maar lukt het om door de klassieke beelden heen toch iets van nieuwe taal te vinden? Een kostbare vraag, zeker in het licht van de gedachtenis van onze gestorvenen, volgende week.

 meer details

Netwerkcafé 21+
datum en tijdstip 20-12-2019 om 17:30
meer details

 
Ons kerkgebouw

 
Uw vraag
Veelgestelde vragen
 
Kerkblad

'Kerk en Stad' PDF
Lees hier de tabloid van K&S
Aanmelden voor Kerk&Stad per mail

 
Privacy
Privacyverklaring
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.